Reisverslag van Ben

Dag 1: 7-8 2006

Al vroeg uit de veren, om half zes op. Laatste dingen nog pakken; ik moet mijn hoofdkussen nog in mijn rugzak zien te krijgen. De taxi is mooi op tijd. We rijden naar Willem Floor om hem en Gerard op te pikken. Ze hebben amper een oog dichtgedaan en staan dus ook al klaar. Ruimschoots op tijd arriveren we op Schiphol. Met het paspoort kunnen we inchecken bij de blauwe pilaren. Op Roelof moeten we nog even wachten, die komt met de trein uit Zwolle om ca. 7:15 aan. Paul en Christa zijn er al meer dan een half uur als wij aankomen. Als Roelof er ook is, drinken we met z'n allen nog even een kop koffie.

Onze vlucht is goed op tijd, maar op het vliegveld in Moskou moeten we wel een tijdje wachten. In tegenspraak met de info van Shoestring is de reisbegeleider met onze groep meegekomen, maar de tweede groep komt pas een uur later aan. Van het vliegveld naar het hotel is het ook nog een flink eind rijden. Uiteindelijk komen we daar tegen vieren aan. Het inchecken, de paspoortregistratie en het verdelen van de kamers is ook niet 1-2-3 gepiept, zodat het maar goed is, dat er schuin tegenover de lobby een barretje is.

Zolang onze paspoorten nog bij de receptie liggen, wordt ons geadviseerd niet op straat te gaan. We dineren dus in het hotel. Het is een gigantisch groot ding, ooit gebouwd voor de Olympische Spelen en er zijn meerdere restaurants.

In het restaurant op de tweede etage, ingericht in piratenstijl, vragen we om een tafeltje voor tien, daar zich bij onze groep van acht nog twee dames hebben aangesloten, Marleen en Annemiek. De mevrouw bij de receptie kijkt alsof ze zojuist een fles azijn heeft leeg moeten drinken. Gelukkig zijn de obers wat enthousiaster. Ze schuiven een paar tafels bij elkaar. Aan ruimte geen gebrek en om half acht is het zo stil, dat je makkelijk een kanon af kunt schieten zonder iemand te raken.

Het eten is goed en als de wodka rondgaat stijgt de stemming, zodat het nog heel gezellig wordt.

Na het eten lopen we een klein blokje om. Tegenover het hotel staat een houten nepkerkje waarin een sauna en een restaurant zijn gevestigd. Daarachter een soort markt met madurodamachtige gebouwtjes, ook alles van hout. Daarachter ligt het wodkamuseum, dat net zijn poorten sluit als we daar aankomen. Morgen om zeven uur ontbijten en dan naar het Kremlin.

Dag 2: 8-8 2006

Iedereen heeft de eerste nacht in het hotel overleefd. Zelf heb ik wel aardig geslapen, maar de meesten hebben nogal last gehad van de warmte en de goederentreinen. Russen houden nu eenmaal niet van frisse lucht. Overal waar je binnenkomt is het benauwd.

Als we buiten komen is het stralend weer. Tegenover het hotel is een markt van antiek en curiosa waar we even overheen kuieren.

Dan naar de metro.

We kopen ieder een tienrittenkaart voor 125 roebel. We gaan richting centrum. Vlak bij het Rode Plein komen we weer boven de grond.

We lopen langs een paar grote gebouwen, gaan linksaf en staan dan voor een poort waarachter we de uien van de Prokrovsky-kathedraal zien liggen. Overweldigend! Na enig overleg besluiten we de binnenbezichtigingen tot morgen uit te stellen. Veel te mooi weer vandaag!

We lopen over het Rode Plein en om het Kremlin heen.

Dan naar de kathedraal van Christus de Verlosser.

De indrukken zijn adembenemend en de luchtverontreiniging ook. Paul proeft de sfeer van Parijs. Grandeur heeft het zeker. Aan het Arbatskayaplein vinden we een terrasje. Tijd voor een verfrissing.

Over de oudste winkelstraat van Moskou, de Stary Arbat, komen we op de Smolensky boulevard. Wegens diverse stops duurt dat ongeveer de rest van de middag.

Met de hele groep van 23 eten we 's avonds in een Georgisch restaurant. Reisleider Robert vertelt het een en ander over reisplan en vertrektijden. Na een mislukte poging komt ook de coupé-indeling voor de Transsiberië-express tot stand. Met de metro gaan we weer terug naar het hotel en naar bed.

Dag 3: 9-8 2006

Zoals de BBC had beloofd, is het weer een stuk minder vandaag. Roelof gaat vandaag met Marleen en Annemiek op pad. Paul en Christa gaan naar het Maagdenklooster; Gerard en Willem sluiten zich bij hen aan. Harry gaat met ons mee, het Kremlin van binnen bezichtigen. Na een kwartier heeft hij al twee blaren gelopen. Het Kremlin binnenkomen is een aparte tak van sport. Mijn zakmes mag niet mee naar binnen. We moeten trouwens eerst nog een kaartje kopen. Als we dat gedaan hebben en wat spullen hebben afgegeven bij het bagagedepot, gaan we door een zijpoortje naar binnen. Dat scheelt een uur wachten voor de hoofdpoort.

Omdat er e.e.a. wordt gerestaureerd en niet toegankelijk is, zijn we sneller uitgekeken dan verwacht. We gaan 's middags alsnog naar het Maagdenklooster. Onderweg komen we al onze reismakkertjes weer tegen. Wat is Moskou toch klein! Het is een mooi complex.

Foto Paul Bik

Echt wonderschoon is een piepklein kapelletje, waar Harry een foto van neemt. Het is steeds harder gaan regenen; ik laat de camera in de tas. In de buurt van het metrostation doen we onze inkopen voor in de trein: brood, worst en fruit.

Foto Paul Bik

We eten nog een keer in het piratenrestaurant in het hotel. Weer een tafeltje voor tien. We hebben weer dezelfde ober. Die vindt, dat je overal wodka bij moet drinken. Hij maakt dan het geluid van een sissende stoomketel, beweegt zijn wijsvinger langs zijn slokdarm omlaag en balt vervolgens zijn spierballen, terwijl hij vervaarlijk met zijn ogen rolt.

We waren 's ochtends al uitgecheckt, waarbij onze bagage in depot is gegaan. We verzamelen de bewijsjes en leveren ze in één keer in. Dat werkt perfect. In een paar minuten heeft iedereen zijn spullen. In twee busjes reizen we af naar het station.

Foto Paul Bik

Nu gaat het avontuur echt beginnen! In de stationshal slagen Ineke en Christa er in om zoek te raken. Ze gaan even plassen, maar zijn een kwartier later nog niet terug. Als ze eindelijk weer opdagen, blijkt dat er een rij van 50 man stond. Nu ja.

Foto Paul Bik

We hebben nog tijd zat om in te stappen. De hele groep zit in één wagon. Er is weer even de gebruikelijke chaos als iedereen zijn plekje probeert te vinden. Wij (Ineke en ik en Paul en Chris) hebben de boel in no time op orde.

Als we nauwelijks een kwartier hebben gereden worden er voedselpakketten uitgedeeld. Iedereen, Robert incluis, valt om van verbazing. Er is ook een SRV-man die met een mandje bier, fris en zuivel langs de coupé's komt.

Foto Paul Bik

Het duurt even voor hij bij ons is, want bij elke coupé is het bier uitverkocht en moet hij weer terug naar de restauratiewagen voor aanvulling. Hij is nog maar net weg, of er is alweer een mevrouw met een voedselpakket. Een half litertje bier kost 30 roebel. Het eten is gratis. We hebben dus twee problemen. Hoe komen we door ons eten en onze roebels heen? Komt tijd, komt raad. Eerst maar eens een stukje slapen.

Dag 4, 5 en 6: 10-8/12-8 2006

De eerste nacht aan boord van de Transsiberië-express was even wennen. Uiteindelijk ben ik toch wel ingedommeld en heb nog aardig goed geslapen. De uitdeling van de voedselpakketten gaat onverminderd voort. Ook de SRV-man blijft zijn rondjes maken.

We genieten van het continu voortglijdende landschap en de relaxte atmosfeer aan boord.

De ambulante handel op de stations is een hoofdstuk apart. Van station tot station verschilt dit overigens enorm. Op sommige stations is het binnen 10 seconden na aankomst een complete markt. Etenswaren, drank, kleding, fournituren, van alles wordt verhandeld. Op andere stations is helemaal niets. Ik schiet mooie plaatjes van handel en handelaars.

In de trein zijn enkele 220 V aansluitingen aanwezig. Moderne reizigers moeten voortdurend van alles opladen, dus wordt daar druk gebruik van gemaakt. Mijn drieweg stekkerblokje komt goed van pas.

Na het passeren van de Oeral wordt het landschap een beetje eentonig. Berkenbossen, grasland, dorpen met houten huisjes, meer berkenbossen en grasland. Een uur later is dat nog precies hetzelfde, en twintig uur later ook.

Foto Paul Bik

Harry zit vaak in de restauratie te kaarten of te schaken. Wij blijven wat meer in de coupé.

Wat dommelen, een praatje maken, uit het raampje kijken. Dan komt de SRV-man weer langs met koud bier, water, fris en yoghurt.

Omsk en Novosibirsk zijn de grootste steden waar we door komen. 's Avonds op het station van Novosibirsk maak ik enkele mooie opnames.

's Ochtends om tien over zeven plaatselijke tijd komen we in Irkutsk aan. Wie zijn horloge nog op Moskou-tijd had staan, moet het nu vijf uur vooruit zetten.

Dag 7: 13-8 2006

Op het station in Irkutsk staat de vertegenwoordigster van de locale agent al op ons te wachten. Met twee busjes rijden we eerst naar het vliegveld. Het is zondag en dus de enige plaats waar je geld kunt wisselen. Ik pin nog 6.000 roebel bij. De tocht naar het dorpje Listvjanka, waar we worden ondergebracht, duurt anderhalf uur. Onderweg vertelt Elvira ons over het Baikalmeer. Meer dan 600 km lang en gemiddeld 60 km breed, beslaat het dezelfde opppervlakte als België; de grootste diepte is 1.639 m, het bevat meer dan 20% van al het zoetwater op de planeet en is ecologisch volstrekt uniek. Voor meer wetenswaardigheden over het Baikalmeer: http://en.wikipedia.org/wiki/Lake_Baikal.

Na een uur rijden komen we bij de plek waar de Angara uit het meer stroomt. Via de Jenisei zal het water uiteindelijk in de Noordelijke IJszee terecht komen. Het weer is jammer genoeg niet zo best.

Onder een grijze hemel en in de druilerige regen strekt het dorp zich langs de oever van het meer uit.

Als we kennis hebben gemaakt met onze gastvrouw Rita en ons in onze kamer hebben geïnstalleerd krijgen we ontbijt. Prima verzorgd! Omdat het nog steeds regent, gaan we eerst naar het museum. Buiten gekomen gaan Ineke, Willem en Gerard echter de andere kant op. Ze zijn er niet met handgebaren toe te bewegen om te keren, dus sjokken we er maar achteraan. Dan maar eerst naar het haventje.

Het is er bedrijvig. Onder de toeristen Duitsers en Japanners, maar vooral veel Russen. Paul informeert bij het VVV voor een boottrip. Dat kan de volgende dag, maar we moeten dan wel vandaag bespreken. Ik wil eigenlijk wel gelijk spijkers met koppen slaan. Elvira heeft echter een mogelijkheid vermeld die aanzienlijk goedkoper is en Harry wil daar eerst navraag naar doen. We kunnen tot acht uur bellen, dus schuiven we de beslissing voor ons uit.

Op weg naar het museum gaan we even een kopje koffie (biertje) drinken. We houden uitkijk, maar missen toch de anderen, die dus zonder ons bij het museum arriveren. Ik mijmer wat over hoe ongelijk toch het groepsinstinct is ontwikkeld in verschillende volken. Voor een Japanner is er niets erger dan zijn groep kwijt te raken. Bij ons gaat iedereen maar een beetje zijn eigen gang, zonder zich veel om de anderen te bekommeren. Als we uit het café komen, treffen we de anderen weer, op de terugweg van het museum. Ze zijn er niet heel enthousiast over. Inmiddels is het weer wat opgeklaard. Ik zie zelfs een verdwaalde zonnestraal. Nog wat door het dorp slenteren en foto's maken lijkt nu ineens een stuk aantrekkelijker dan het museum.

Op ons gemak kuieren we weer richting datsja. Onderweg maak ik aardig wat foto's. De 200 mm/2.8 is echt een aanwinst. Z'n grote lichtsterkte en supersnelle (en -stille!) scherpstelling maken het een genot om er mee te werken.

Als Ineke en ik in de Datsja terugkeren, staat in de gezellige eetkamer de wijn op tafel.

Foto Paul Bik

Rita is met de voorbereidingen voor het diner bezig. De stemming is opperbest.

Tegen vijven wandelen we naar het dorpskerkje, waar een dienst is. De dames zien er met hun verplichte hoofddoekjes schattig uit.

Harry is bezig met een wervingsactie voor de boottocht nadat hij van Elvira heeft gehoord dat de goedkopere tocht een tochtje door de haven is. Als we de kerk uitkomen, zijn er in totaal 14 mensen die meewillen. Paul gaat terug om te proberen dat te regelen. Maar hij is nog maar net weg of er meldt zich nog een groep van 7.

Inmiddels heeft Paul de tocht voor 14 gearrangeerd. Er zijn nog drie plaatsen beschikbaar en hij is dan ook niet blij met de tijding dat er nu 21 gegadigden zijn. Terwijl hij nog voor overleg naar één van de andere huisjes is, wordt het diner opgediend: gebakken omoel, de plaastelijke delicatesse. Die smaakt inderdaad voortreffelijk.

Met de boottocht blijkt het wel mee te vallen. Een groep van vijf twijfelt nog. Die moeten dan zelf hun plan maar trekken.

Dag 8: 14-8 2006

Het is schitterend weer vandaag. De lucht boven het Baikalmeer is angstwekkend blauw.

Er vormt zich wel wat bewolking, maar die blijft hangen boven de bergen die het meer aan alle kanten omringen. Na het ontbijt ga ik eerst het dagboek even bijwerken. Het laatste nieuws over de boottocht is, dat er 20 man meegaan en dat de prijs nu 800 roebel p.p. is. Als ik klaar ben met het dagboek, is het al weer tijd om naar het haventje te lopen.

In het ochtendzonnetje is het goed toeven aan de waterkant. Als ik Paul en Robert richting VVV zie lopen, ga ik er achteraan. Ik ben benieuwd hoe dat af gaat lopen.

Onze gids is een heel lief meisje. Tascha heet ze en ze is volgens mij nog niet eens twintig. De financiën moeten met één van haar collegaatjes worden afgehandeld. Nu blijkt het toch handig, dat ik ben meegelopen, want Robert heeft niet genoeg geld bij zich. Als ik hem 5.000 roebel voorschiet lukt het echter wel.

Net voor we van wal steken is er nog een incident. Een dronken Rus heeft zich onder onze groep gemengd en wordt na ontdekking door de bemanning hardhandig van boord verwijderd.

Het water van het Baikalmeer is ongelooflijk helder. Elk object op de bodem van het haventje is moeiteloos te zien. Ook de lucht is helder. De heuvels en bergen rondom het meer zijn vandaag goed waarneembaar.

De wandeling over een stuk van de oude Transsiberiëlijn is ook mooi.

Het lopen over de bielzen is wel wat vermoeiend en in het midden van de tunnel is het echt aardedonker.

Maar verder is het genieten van de bloemenpracht en de vlinders langs het spoor.

Behalve onze eigen proviand is er aan boord niets te krijgen.

Nu hebben we van Rita lunchpakketten meegekregen voor twaalf hongerige houthakkers, maar het is wel een teken dat het toerisme hier nog in de kinderschoenen staat.

Als we weer aan wal komen smaakt het bier echter dubbel zo goed. Er zijn twee tentjes die aan het terras grenzen. Nadat we bij het ene blikjes bier hebben gehaald, komt de serveerster van het andere vertellen dat zij ook bier van de tap hebben.

Als we daar niet veel later van zitten te genieten, komt de baas van het spul ons er met armzwaaien opmerkzaam op maken dat Oxana nu in bikini in het water te bewonderen is. Ze vindt het wel leuk om gefotografeerd te worden en Harry maakt een hele serie.

Ik maak nog een foto van de baas. Het is een Armeniër en hij tracteert me op gegrilld gehakt en een glas wodka.

We lopen nog even over het marktje en dan moeten we alweer terug naar onze datsja voor het diner. Het is weer vis en het is weer prima. Na het eten zitten we nog lang buiten, met een glas wodka na te genieten van deze magnifieke dag. Pas als het fris begint te worden gaan we weer naar binnen. Paul en ik smeden een plan om hier nog eens 's winters terug te komen. Een tocht met een auto of een busje over het ijs lijkt ons helemaal het summum. Na nog een paar glazen wijn wordt het tijd om naar bed te gaan. Op weg naar het toilet (buiten in de tuin) stap ik mis en lig ineens languit op het betonnen pad. Behalve een snee in mijn linkerhand lijkt de schade wel mee te vallen.

Dag 9: 15-8 2006

Aan het ontbijt blijkt, dat mijn groene overhemd het niet heeft overleefd: zowel boven als onder mijn borstzak is het finaal doorgescheurd. Dat wordt dus even omkleden. Na het ontbijt overhandigen we de fooi aan Rita.

Foto Paul Bik

Wat een vriendelijk en vrolijk mens! We hebben het wel getroffen. Eén van de andere groepen is zo “tevreden” met hun gastheer dat ze helemaal geen fooi willen geven.

Robert heeft nog een kleine verrassing in petto. Langs de weg naar Irkutsk ligt een openluchtmuseum dat de moeite waard schijnt te zijn.

Ik vind het niet zo bijzonder, maar het is opnieuw heerlijk weer en je kunt er lekker langs de Angara zitten. Zodoende loopt het alweer tegen het middaguur als we in Irkutsk arriveren. So what, we hebben nog tot acht uur de tijd voor we naar het station worden gebracht en niet veel anders te doen dan een beetje winkelen, een biertje drinken en een hapje eten.

We splitsen ons op in kleine groepjes. Roelof is al op pad met zijn harem. Paul en Christa wandelen richting kerk; Gerard en Willem willen naar de waterkant.

Harry loopt met Ineke en mij mee. Ineke en ik kopen allebei een broek. Verder koop ik een klein kijkertje, daar mijn Olympus gisteravond ook gesneuveld is: glad doormidden gebroken.

Als we even iets zitten te drinken heeft Harry alweer beet. Een aardige en goedlachse brunette vindt het best dat hij wat foto's maakt.

Er zijn hier veel mooie meisjes. Na een aanvankelijk meningsverschil worden Harry en ik het er ook over eens hoe ze gekleed dienen te gaan: korte strakke spijkerbroekjes, zodat zowel de mooie billen als de mooie benen bewonderd kunnen worden.

Dag 10: 16-8 2006

Eigenlijk hoort deze dag in het vergeetboek thuis.

Na een klein stukje sporen bereiken we de Russisch-Mongoolse grens.

De rest van de dag is het wachten. Als we na achteneenhalf uur eindelijk Mongolië binnenmogen, is de avond al gevallen.

Onze provodnik hoort ook in het vergeetboek. Het is een wandelende ramp. De WC's zijn vies, er is geen toiletpapier, en na mislukte pogingen om geld te vragen voor het hete water heeft ze de samovar uit laten gaan. Voor onze behoeften zijn we dus aangewezen op het belendende rijtuig, waar ook de rest van onze groep zit. Het drukke verkeer tussen de twee wagons kan haar goedkeuring blijkbaar niet wegdragen. Op een gegeven moment wordt de tussendeur afgesloten.

Nu is voor mij de maat vol. Ongezouten geef ik haar mijn mening over deze shit-wagon en zijn namaakprovodnik. Dat maakt enige indruk, want met veel bezwerende gebaartjes en lieve glimlachjes wordt de deur weer geopend. Later hoor ik, dat mijn tirade door de andere reizigers met grote en algemene instemming werd begroet. Ook zij waren het spuugzat.

Dag 11: 17-8 2006

's Ochtends vroeg zijn we in Ulan Baatar. Een keurige touringcar staat gereed. Onze gids hier is Michael, de zoon van een rechter en een hoogleraar management. Zelf studeert hij ook management, in Miami.

Met tussenstops bij bank en supermarkt gaat het kalmpjes aan naar Elstei, waar zich ons gerkamp bevindt.

Voordat de lunch geserveerd wordt, hebben we ruim een uur om ons in te richten en op te frissen. 's Middags kan er worden paardgereden. 's Avonds kan er tegen betaling een kampvuur georganiseerd worden. Daar niet iedereen er van overtuigd is dat de genoemde prijs valt te rechtvaardigen, wordt de beslissing hierover aangehouden tot het diner. Wij gaan een stuk wandelen.

Het is prachtig weer.

De zon straalt aan een ongenadig blauwe hemel.

Na een uurtje lopen komen we bij een lodge. We kunnen dezelfde route weer teruglopen, of proberen een rondwandeling te maken. Voor dat laatste lijkt het me raadzaam hier maar eens de weg te vragen. De Mongolen van de lodge zien ons als verdoolde schaapjes. In plaats van ons de weg te wijzen, willen ze ons terugbrengen naar het kamp waar we thuishoren. Ik wil ook wel zelf terugwandelen, maar Ineke ziet wel wat in deze service. We proppen ons in de cabine van een klein vrachtwagentje. Een kwartiertje later worden we keurig voor de ingang en de verbaasde blikken van de reeds eerder teruggekeerde cavalerie afgeleverd.

Al wandelend heb ik nagedacht over het kampvuur en democratisch besloten dat het doorgaat. Omgerekend gaat het om € 40 en er is hier verder toch niet veel waar je je tugruks aan kunt uitgeven. Om 23:00 uur kampvuur onder de Mongoolse sterrenhemel. Ik heb nog steeds een onwerkelijk gevoel, anders dan bij alle andere landen die ik ooit heb bezocht. Een gevoel van verbazing en verrukking. Mongolië, met zijn groene heuvels, kuddes vee en nomaden, het is niet alleen van de televisie en de film, het bestaat echt!

Rond het kampvuur is de sfeer in het begin een beetje stroef. Er zijn wat Mongolen met een drankkraampje. Aan de ene kant zitten wij, aan de andere kant een groep Grieken. Er speelt een getto-blaster. Als er na een kwartiertje nog niets gebeurt, neem ik maar weer eens het initiatief.

Foto Paul Bik

Als de getto-blaster tot zwijgen is gebracht, zingen we met het Soester Zakkenkoor “De gezusters Karamazow” van Drs. P. Het is niet zo'n beste uitvoering, want hier en daar vergeet ik een paar regels, maar het doel is bereikt. Al gauw weerklinkt het ene lied na het andere. Ook de Grieken barsten los in gezang. Zo wordt het toch nog een gezellige boel.

Gebroederlijk dansen Nederlanders en Grieken om het vuur.

Aan het eind zingen zelfs de Mongolen nog een deuntje. Dit moet je niet iedere dag doen, maar voor een keertje is het leuk.

Dag 12: 18-8 2006

Na het ontbijt is er een excursie gepland naar een “authentieke” nomadenfamilie, waar we een lunch zullen krijgen. Ineke ziet er niets in. Mij kan het niet veel schelen. We besluiten om ons programma van gisteren voort te zetten. We pakken voor ieder een appel, een knäckebröd-sandwich en een flesje water in en gaan op pad.

Het landschap is prachtig, de rust adembenemend. Dat is niet zo best, want veel lucht heb ik toch al niet. De Irkutsk-hoest, waar een flink deel van de groep mee kampt, speelt ook mij parten. De gekneusde ribben helpen ook niet echt. Noodgedwongen doen we het dus rustig aan. Zo erg is dat ook niet.

Op een helling picknicken onder een van de schaarse naaldbomen en genieten van het landschap en de stilte is helemaal zo'n gekke manier niet om de tijd door te komen.

Als het na de middag wat begint te betrekken, wandelen we weer terug. We treffen alleen de oude heer De Winter, die ook niet met de excursie mee is. Met Christa's dompelaar (die ze zorgzaam voor ons had klaargezet) maakt hij in onze ger even een bakje koffie. Wij hebben als enigen een koelkastje in onze ger, waarin ik inmiddels een stapel bier heb koudgelegd. Ik heb zo'n idee, dat dat er bij de anderen wel in zal gaan als ze moe en bestoft terugkomen. Als om een uur of vier de bus weer voor de poort tot stilstand komt, blijkt dat aardig te kloppen.

Foto Paul Bik

De rest van de middag verstrijkt met bij de ger een biertje drinken, nog een douche nemen en wat kletsen.

Vlak voor het diner gaan we met Michael een yak fotograferen.

Er lopen ook geiten, schapen en paardjes. Leuk, zo midden tussen het vee.

Met Paul en Christa, Harry en Gerard drinken we na het diner nog een wijntje. Willem komt er ook nog even bij, maar heeft het eigenlijk veel te druk met het stoken van de kachel in zijn ger. Michael komt ook nog even kijken. Hij lacht zich slap om de grapjes die Harry en ik maken. Niet al te laat gaan we de kooi in; morgen weer vroeg dag.

Dag 13: 19-8 2006

Na het ontbijt met de bus naar Ulan Baatar.

Voor we naar het hotel gaan eerst een bezoek aan wat volgens mij de enige echte bezienswaardigheid is, het Gandantegchinlen Khiid klooster. Volgens Michael kunnen we hier de grootste staande Boeddha van de wereld zien. Volgens Harry klopt daar helemaal niets van. Grootste of niet, het 26 m hoge vergulde beeld is zeker indrukwekkend.

In het tempelcomplex lopen prachtige Mongoolse types rond. Het is een bizar gezicht als zo'n gerimpelde dame in traditionele dracht een greep in haar tas doet en een mobieltje tevoorschijn haalt. Ook in Mongolië ontkom je niet aan de vooruitgang.

Na de middag kuieren we op ons gemakje van het hotel richting hoofdstraat. Als het tijd wordt voor een biertje, vinden we een soort backpackerscafé. Ze hebben er Mongools donker bier, wat prima smaakt, en jassen. Ineke ziet een mooie North Face voor omgerekend € 35. Ze wil hem al gaan afrekenen als een Amerikaan beweert, dat dezelfde jas op de markt maar de helft kost.

We nemen een taxi naar de markt.

Enorm groot en druk. Om daar precies te vinden wat je zoekt is niet zo simpel. We vinden dan ook alleen maar jassen die er een beetje op lijken, maar niet precies dezelfde. We slenteren alweer richting uitgang als Ineke ontdekt dat ze is gerold. De portemonnaie die in haar beenzak achter een klittenbandje zat, is verdwenen. Gelukkig zat er niet heel veel in: een restantje tugruks en twintig tot dertig dollar.

Als ze, terug in het hotel, wil kijken hoeveel dat er precies waren, blijkt ook de rest van de dollars onvindbaar. Het enige dat we kunnen bedenken, is dat die op onze Moskouse hotelkamer door iemand uit het mapje zijn gehaald. Ineke is begrijpelijkerwijs een beetje bedrukt. Geen jas, portemonnaie gerold en ook nog een keer bestolen! Ik probeer haar wat op te monteren, maar pas als we een lekker Mexicaans hapje hebben gegeten in een tentje op een paar minuten lopen van het hotel, klaart ze weer een beetje op.

Dag 14: 20-8 2006

Dit is de dag van de Gobi. De eerste uren is het landschap echter nog groen. We zien verbazend veel grote roofvogels. Gezien houding en postuur moeten het wel adelaars zijn. Maar geen soort die in mijn vogelboek is te vinden. We zien ook valken en een soort havik of sperwer. Naarmate het landschap droger wordt, laten de adelaars het afweten en nemen de valken het over. Als ik er eindelijk een van dichtbij te zien krijg, stel ik verrast vast dat het een torenvalk is.

Na de middag rijden we door een zandbak. Maar zelfs hier is nog genoeg leven. Regelmatig zien we vogels, alleen of in zwermpjes. Willem rapporteert er een met een lange gebogen snavel. Nieuwsgierig posteer ik me bij het open raampje in het gangpad. Na een paar minuten zie ik iets vliegen met donkere, afgeronde vleugels en een subterminale witte vleugelband. Asjemenou. Upupa epops, de hop! Dat had ik niet gedacht, die midden in de woestijn aan te treffen.

Foto Paul Bik

Willem en ik schaken een paar potjes. Beide keren weet ik een dreigende aanval te creëren, maar slaag er niet in door te drukken en verlies. Bij de grens tussen China en Mongolië is het weer een paar uurtjes wachten. De trein krijgt hier ook andere wielen.

Dag 15: 21-8 2006

Foto Paul Bik

's Ochtends vroeg arriveren we in Datong. Harry, Ineke en ik stappen hier uit. De rest gaat rechtstreeks door naar Peking. Twee Nederlandse jongens die we in de trein ontmoet hebben, Roy en Niels, trekken vandaag met ons op. Eerst naar het kantoortje van het Chinese VVV, de CITS. De tickets naar Peking en een excursie zijn snel geregeld.

Om negen uur vertrekken we, zodat er nog tijd is voor een korte wandeling en een kop koffie.

Men heeft het hier over de grotten van Yungang, maar feitelijk zijn het boeddhistische tempels die in de rotsen zijn uitgehakt. Wat moet je daar nu verder over zeggen, behalve dat ze uniek, prachtig en onvergetelijk zijn?

Dan gaan we op weg naar het hangende klooster bij Heng Shan (De Heilige Berg). Het is een flinke rit, door een overwegend agrarisch gebied een stuk de bergen in. De producten van de streek bewegen zich met een slakkegang voort in blauwe driewielers die grote zwarte roetwolken uitbraken. Ons busje heeft heel wat meer pk's, zodat de rit af en toe iets van een slalom heeft.

Bij het klooster worden we gevoederd.

Onze gids Lian geeft een kleine inleiding, waarna we nog een uurtje hebben om het klooster te bezichtigen.

Redelijk volgens schema zijn we weer terug in Datong. Eerst met zijn vijven naar de bank, dan naar een restaurant (aanbevolen door de meneer van de CITS). In de eerste bank waar we komen is de pinautomaat stuk. Op de creditcard kunnen we ook niets krijgen. Voor Roy en Niels geen probleem, die willen dollars wisselen. Voor ons wel. Gelukkig is er nog een filiaal met een ATM en is de mevrouw van de bank zo vriendelijk onze taxichauffeur daarheen te dirigeren. Daar doet de automaat het wel. Probleemloos trek ik er 2.000 yuan uit. Harry vangt echter bot: zijn postbankpasje weigert en de raborekening geeft “onvoldoende saldo” aan.

Bij het restaurant staan Roy en Niels al te wachten. Met zijn vijven hebben we een zeer smakelijke en gezellige maaltijd voor de onbegrijpelijke som van 250 yuan (€ 25). Als we buiten komen is het nog heerlijk weer.

We wandelen terug naar het station. Ineke moet onderweg een toiletstop maken. Zo wordt de tijd toch nog krap. We nemen afscheid van Roy en Niels, die nog een dagje in Datong blijven. Dan is het rennen geblazen. Nu ja, voor zover dat kan als je aan alle kanten bent omgeven door drommen Chinezen.

Van het Chinese systeem om passagiers in de trein te krijgen snap ik helemaal niets. Eerst word je als haringen in een ton opeengepakt in een grote wachtkamer. Pas als de trein arriveert, wordt iedereen tegelijk losgelaten, zodat er maar een paar minuten zijn om, in paniek langs de treinstellen heen en weer rennend, de juiste wagon te vinden en in te stappen.

We hebben “hard sleepers”, drie boven elkaar, zes in een coupé. Twee Chinese medereizigsters zitten ongegeneerd en luid te kwetteren tot Ineke ze verzoekt om het ietsje zachter te doen. Kunnen we toch nog een beetje slapen.

Dag 16: 22-8 2006

Om 5:24 plaatselijke tijd arriveren we in Peking. De centrale gang die de perrons verbindt is enorm lang en breed en volledig gevuld met Chinezen. We betreden hier de hoofdstad van een land met twee miljard inwoners, besef ik. Als we bij het hotel aankomen, staat de bus met onze medereizigers op het punt te vertrekken. Harry kan nog net een paar woorden met Robert wisselen voor ze op weg gaan naar de Grote Muur.

Om een uur of negen starten we met Harry voor een nieuwe geldexpeditie. Natuurlijk hebben we de instructies van de hotelreceptionist niet goed begrepen. Onbedoeld lopen we zo een volkswijk (hutong) binnen.

We komen ogen tekort terwijl we daar rondwandelen. Terug in het hotel vraagt Harry geschreven instructies voor de taxichauffeur. Die levert ons af bij een poepchique hotel. De ATM is buiten om de hoek. Harry krijgt nog steeds niets voor elkaar. Mijn pasje doet het weer feilloos. Ik pin voor Harry 2.500 yuan. Met de yuans die wij nog overhouden moet hij de dagen die hij nog in China blijft wel door kunnen komen.

Nu hebben we wel een biertje verdiend en dat gaan we nuttigen in de lobbybar van het poepchique hotel. Altijd weer leuk om in je zwerverskloffie in zo'n ambiance te zitten en door glimlachend en buigend personeel in smetteloze uniformen bediend te worden.

's Middags nemen Ineke en ik een kijkje op Wangfujing, de Kalverstraat van Peking.

We kuieren wat rond in de enorme mall. Tsja, het is een echte wereldstad. De artikelen in de winkels zijn hetzelfde als bij ons en ook de mode is niet veel anders.

Een jongere die hier is opgegroeid zal denkelijk meer moeite hebben om zijn landgenoten van het platteland te begrijpen dan zijn westerse leeftijdgenoten. De global village komt er aan!

Foto Paul Bik

's Avonds nog één keer met de hele groep eten. Het restaurant is befaamd om zijn Peking-eend. Die is lekker, maar in restaurant China in Soest heb ik hem wel eens beter gegeten.

Dag 17: 23-8 2006

Weer naar huis!

Download als word-document

Terug